Gelegen aan de westzijde van Zierikzee vormt dit project de verbinding van de bestaande buitenwijk Poortambacht met het historische stadscentrum. Het ontwerp vormt voor deze nieuwe kade, parallel aan het kanaal naar de Oosterschelde, een herinterpretatie van de Zeeuwse en Hollandse kadetypologie. Het gebouw (later gevolgd door een tweede) onderbreekt halverwege de Kanaalkade de rij kadewoningen (zie project 94 kadewoningen Waterwijk). Door de grote afmetingen kondigt het de achtergelegen bebouwing aan. Het gebouw verwijst naar oude pakhuizen in handelssteden als Venetië (Italië), Bergen (Noorwegen), New York (USA) en Zierikzee. Net als de eigenzinnige Venitiaanse palazzi is het gebouw uitgewerkt als een zelfstandig volume. Aan de kleurrijke pakhuisarchitectuur van Bergen ontleent het de kleur en de eenvoudige raamvorm. Zo versmelten het Venetiaans palazzo en het Scandinavisch pakhuis. Aan de buitenkant toont het gebouw zich als onderdeel van eenzelfde familie. Aan de binnenzijde kent het een grote verscheidenheid aan indelingen, specifiek voor de positie aan de kade. Het ontwerp beoogt een statige uitdrukking te geven aan dit collectief van verschillende appartementen onder één dak. Om de plasticiteit te verhogen zijn de gevels van het gebouw uitgewerkt door middel van een deels zelfdragend raster van ver uitkragende raamdorpels en dunne gevelkolommen in aluminium. Dit gridachtige reliëf nuanceert het contrast in schaal tussen de kadewoningen en deze grotere gebouwen. Door het Zeeuwse licht zorgt het ragfijne raster voor een levendig beeld. Vanaf de bovenste verdiepingen reikt het zicht tot in de verte: over de Zeelandbrug, tot op de Oosterschelde.